Back to Top

Nog een kapitaalvermindering doorvoeren vóór einde 2017? - 15/11/2017

Naar aanleiding van het zomerakkoord zal een kapitaalvermindering vanaf 1 januari 2018 mogelijk aanzienlijk meer kosten met zich meebrengen.  

Vanaf 2018 zal er bij een kapitaalvermindering (zelfs bij voldoende fiscaal volstort kapitaal) immers een pro rata aanrekening dienen te gebeuren op een deel van de reserves.  Het deel van de kapitaalvermindering dat aangerekend wordt op de reserves zal als een dividenduitkering kwalificeren waarop in principe een roerende voorheffing van 30% zal verschuldigd zijn, tenzij de aandeelhouder een vennootschap is die een vrijstelling geniet o.b.v. de Moeder-dochterrichtlijn.  

Vanaf 2018 zal een kapitaalvermindering pro rata aangerekend worden op enerzijds het gestort kapitaal en anderzijds op de belaste reserves in kapitaal of buiten kapitaal en de in kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves.  

De in 2013/2014 vastgeklikte reserves onder toepassing van artikel 537 WIB 92 kunnen nog volledig belastingvrij uitgekeerd worden, mits het respecteren van de 4-jarige of 8-jarige termijn.  Verder zijn nog een beperkt aantal bijkomende uitzonderingen voorzien.  

De impact van het wetsontwerp kan geïllustreerd worden aan de hand van volgend voorbeeld:
    

Het wetsontwerp stelt dat de maatregel van toepassing wordt op “verrichtingen die worden uitgevoerd vanaf 1 januari 2018”.  Ingevolge de interpretatie o.b.v. de ontwerpmemorie van toelichting zal de datum van de algemene vergadering die beslist tot kapitaalvermindering bepalend zijn.  Het is bijgevolg niet vereist dat de publicatie van de beslissing of de effectieve terugbetaling van het gestort kapitaal na het respecteren van de wachttermijn van twee maanden nog voor het jaareinde gebeurt.  Bovendien werd door de minister van Financiën bevestigd dat het niet naleven van de vennootschapsrechtelijk voorgeschreven wachtperiode van twee maanden echter de fiscale “vrijstelling” niet in gedrang brengt.  

De pro rata regeling zal in de praktijk tevens voor een toegenomen complexiteit zorgen in die zin dat na een kapitaalvermindering het fiscaal kapitaal in de toekomst zal afwijken van het boekhoudkundig kapitaal.  

Wat de impact van een kapitaalvermindering voor uw vennootschap kan zijn, hangt o.m. af van de samenstelling van het kapitaal en het eigen vermogen.  Uw vertrouwde HLB-contact maakt voor u graag de evaluatie of het al dan niet opportuun is om nog tot een kapitaalvermindering over te gaan vóór het jaareinde.