Back to Top

Is de mobiliteitsvergoeding voor uw verloningspolitiek interessant? - 9/10/2018

Door de publicatie in het Belgisch Staatsblad van 7 mei 2018 werd de mobiliteitsvergoeding van kracht met retroactieve ingang vanaf 1 januari 2018.  De mobiliteitsvergoeding of de “cash for cars” regeling zou de werknemers ertoe moeten aanzetten om hun bedrijfswagen in te ruilen voor een maandelijkse vergoeding die bepaald wordt in functie van de cataloguswaarde van de wagen.  

De regeling staat enkel open voor werknemers en niet voor bedrijfsleiders.

Indien de werknemer niet beschikt over een tankkaart, is de formule voor de mobiliteitsvergoeding als volgt:

cataloguswaarde x 6/7 x 20%

Indien de werknemer wel beschikt over een tankkaart, is volgende formule van toepassing:

cataloguswaarde x 6/7 x 24%

Persoonlijke bijdragen, indien van toepassing, dienen nog in mindering gebracht te worden van de bedragen berekend volgens voorgaande formules.

De werknemer wordt belast op een voordeel van alle aard dat als volgt bepaald wordt, en waarop bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden:

cataloguswaarde x 6/7 x 4%

Gezien de mobiliteitsvergoeding niet als loon kwalificeert zijn geen werkgevers- en werknemersbijdragen sociale zekerheid van toepassing.  Door de werkgever is wel een solidariteitsbijdrage verschuldigd.  

Naarmate de cataloguswaarde van de ingeruilde bedrijfswagen hoger is, zal de mobiliteitsvergoeding interessanter zijn.  Zo zal voor een bedrijfswagen met tankkaart met een cataloguswaarde van 40.000,00 euro een netto maandelijkse mobiliteitsvergoeding van 629,00 euro (aan 50% gemiddeld belastingtarief) van toepassing zijn tegenover een maandelijkse werkgeverskost van 686,00 euro verhoogd met een solidariteitsbijdrage van 22 euro en de vennootschapsbelasting.  

In hoofde van de werkgever wordt de mobiliteitsvergoeding op gelijkaardige wijze behandeld als het voordeel van alle aard voor vennootschapsbelasting.  Er is een aftrekbeperking in functie van de CO2-uitstoot en de aftrekbaarheid is minimum 75% en maximaal 95%.  Het aftrekpercentage wordt jaarlijks verminderd met 10% tot het minimum van 75% wordt bereikt.  Verder is 17% van het belastbaar gedeelte van de mobiliteitsvergoeding als verworpen uitgave in aanmerking te nemen indien de werknemer vóór de ruil niet over een tankkaart beschikte of 40% van het belastbaar gedeelte van de mobiliteitsvergoeding indien wel een tankkaart was toegekend.  

Het is geen verplichte maatregel en het staat de werkgever vrij deze al dan niet in te voeren en deze eventueel voor specifieke categorieën van werknemers open te stellen. Ook de werknemer kan niet verplicht worden om in de regeling in te stappen.

Vereist is dat de werkgever gedurende een periode van minstens 36 maanden voorafgaand aan de invoering van de “cash for cars” regeling een systeem van bedrijfswagens heeft toegepast.  De werknemer die van de regeling gebruik wenst te maken moet minstens 12 maanden, waarvan 3 maanden ononderbroken, voorafgaand aan de invoering een bedrijfswagen ter beschikking hebben gehad bij zijn huidige werkgever.  Bij een nieuwe aanwerving zou deze voorwaarde van beschikking over een bedrijfswagen gedurende minimum 12 maanden (deels) bij de vorige werkgever komen te vervallen.

De mobiliteitsvergoeding, welke mogelijk nog verder versoepeld zal worden, zal naast het mobiliteitsbudget van toepassing zijn, waarvoor de invoering werd aangekondigd voor 1 oktober 2018 maar inmiddels reeds werd uitgesteld.  Het mobiliteitsbudget zal in tegenstelling tot de mobiliteitsvergoeding het gebruik van een goedkopere of milieuvriendelijkere bedrijfswagen in combinatie met andere vervoersmiddelen nog wel mogelijk maken.  Voor wie geen gebruik meer wenst te maken van een bedrijfswagen kan de mobiliteitsvergoeding een interessante oplossing bieden.  Voor werknemers die verschillende vervoersmiddelen, waaronder de bedrijfswagen, wensen te combineren, is het wellicht interessanter om het mobiliteitsbudget af te wachten.